Agenda en uitgaanstips

19 oktober

Moeder Teresadag - (Dita e Nënë Terezës)

Lees verder...

Onze statistieken

Vandaag 85
Deze week 855
Deze maand 3243
Sinds 11-2008 536114

Literatuur




 

 

Albanese literatuur
De Albanese literatuur ontstond in de Middeleeuwen. Onder Albanese literatuur versta ik alle literaire teksten die in de Albanese taal zijn geschreven, waaronder de literatuur die is geschreven door Albanezen in Albanië, Kosovo en de Albanese diaspora.

Het begin - de hoge Middeleeuwen
De oudst overgeleverde tekst in het Albanees is een 208 pagina's tellend manuscript opgesteld door Theodor van Shkodra in 1210. Theodor van Shkodra is een Albanees geleerde van de late 12e en de vroege 13e eeuw van wie nog weinig bekend is. In 1998 werd er in de archieven van het Vaticaan een document ontdekt, bestaande uit 208 pagina's en geschreven door Theodor van Shkodra, uit het jaar 1210. Het werk is een manuscript, versierd met gouden miniaturen en gekleurde initialen, verdeeld in drie delen. De pagina's 1-97 gaan over theologie, 98-146 over filosofie en pagina 147-208 over de geschiedenis van de tot dan toe bekende wereld van het jaar 153 tot het jaar 1209. Op de laatste pagina van het manuscript staat een slotwoord van de auteur "Met de hulp en grote liefde voor de gezegende Heer, eindig ik dit schrijven in het jaar onzes Heeren 1210 op 9 maart.".

Late Middeleeuwen en Renaissance
De expansie van het Ottomaanse Rijk gedurende de late Middeleeuwen dwon vele Albanezen hun thuisland te verlaten. Deze tijd was ook de bloedtijd van het Europese Renaissance-humanisme. Onder de Albanese emigranten die bekend werden in de humanistische wereld zijn historicus Marin Barleti (1460-1513) die in 1510 in Rome een geschiedenis van Skanderbeg publiceerde, die bijna in alle Europese talen werd vertaald. Andere bekende namen zijn Marino Becichemi (1408-1526), Gjon Gazulli (1400-1455), Leonicus Thomeus (1456-1531), en vele anderen die zich op verschillende gebieden van wetenschap, kunst en filosofie onderscheidden.


De 16e eeuw
Het culturele verzet tegen de Ottomanen kwam tot uiting in de ontwikkeling van de Albanese taal ten behoeve van kerkelijke rituelen en kerkelijke publicaties, voornamelijk door de katholieke regio in het noorden, maar ook door de orthodoxe kerk in het zuiden. De protestantse Reformatie versterkte de hoop op de verdere ontwikkeling van de lokale taal en literaire traditie toen geestelijke Gjon Buzuku de katholieke liturgie in de Albanese taal vertaalde, in een poging om voor de Albanese taal te doen wat Luther voor het Duits deed.
Meshari (De Mis) van Gjon Buzuku, door hem in 1555 uitgegeven, wordt beschouwd als het eerste grote Albaneestalige literaire werk. De Albanese geschriften uit deze periode waren niet alleen religieuze teksten, er waren ook historische kronieken bij. Ze worden genoemd door de humanist Marin Barleti, die in zijn boek Het Beleg van Shkodra (De Obsidione Scodrensi) (1504) bevestigt dat hij door dergelijke kronieken bladerde die waren geschreven in de volkstaal (in vernacula lingua). Ondanks de obstakels die de contrareformatie opwierp vanwege de bezwaren tegen de ontwikkeling van nationale talen in de christelijke liturgie, ging het gebruik van de volkstaal onverminderd door door. Gedurende de 16e en de 17e eeuw werden de catechismus E Mbësuame Krishterë (Christelijke Leerstellingen) (1592) door Lekë Matrënga, Doktrina e Krishterë (De Christelijke Doctrine) (1618), Rituale Romanum (Roomse Rituelen) (1621) door Pjetër Budi, de eerste schrijver van oorspronkelijk Albanees proza en poëzie, een apologie voor George Castriot (1636) door Frang Bardhi, die ook een woordenboek publiceerde en over de Albanese folklore schreef, het theologisch-filosofisch traktaat Cuneus Prophetarum (De Band der Profeten) (1685) van Pjetër Bogdani, gepubliceerd in het Albanees en niet in het Latijn.
Pjëter Bogdani's werk is een theologisch-filosofische verhandeling die met grote originaliteit de belangrijkste kwesties behandelt uit de theologie, de volledige bijbelse geschiedenis, de complexe problemen van scholastiek, kosmogenie, astronomie, pedagogiek, enz., door het samenvoegen van gegevens uit verschillende bronnen. Bogdani bracht de humanistische geest in de Albanese cultuur en prees de rol van kennis en cultuur in het leven van de mens. Met zijn gepolijste stijl markeerde hij een keerpunt in de geschiedenis van de Albanese literatuur.

De 17e en 18e eeuw

Tijdens de 17e en 18e eeuw was de literatuur van orthodoxe en islamitische confessionele culturele kringen getuige van grote ontwikkelingen. Een anonieme schrijver uit Elbasan vertaalde een aantal secties uit de Bijbel in het Albanees. T.H. Filipi, ook uit Elbasan, publiceert de Dhiata e Vjetër dhe e Re (Het Oude en Nieuwe Testament). In 1827 wordt de integrale tekst van de Dhiata e Re (Het Nieuwe Testament) gepubliceerd door G. Gjirokastriti. Konstandin Kristoforidhi (1830-1895) verzorgt een groot corpus aan christelijke religieuze vertalingen, in beide hoofddialecten van het Albanees, publicaties die hielpen bij het proces van integratie van de twee dialecten in een verenigde literaire taal en bij het leggen van de basis voor de oprichting van de Nationale Kerk van Albanië met een liturgie in de eigen taal.
Daarnaast was ook de cultuur van Voskopoja van belang, een cultuur die in de 17e eeuw een groot baken van beschaving werd en één van de belangrijkste culturele centra van het Balkan-schiereiland. Er was een Academie, een drukpers en er waren voor die tijd prominente persoonlijkheden zoals T. Kavaljoti, Dh. Haxhiu en G. Voskopojari, wiens werken op het gebied van wetenschap, filologie, theologie en filosofie hielpen inde erkenning van het Albanees als geschreven taal. Hoewel de literatuur die in Voskopoja ontstond voornamelijk in het Grieks was, maakte de noodzaak om de toenemende islamisering een halt toe te roepen het gebruik van nationale talen noodzakelijk, waardoor de ontwikkeling van nationale culturen en talen werden gestimuleerd. Albanees en Aroemeens werden ook gebruikt voor het onderwijzen van Grieks in de scholen van Voskopoja, en boeken in het Aroemeens rolden er van de drukpersen. De werken van schrijvers en geleerden uit Voskopoja brachten de ideeën van de Europese Verlichting op de voorgrond. De meest vooraanstaande schrijver daar was Teodor Kavaljoti. Het werk van Kavaljoti gaat grotendeels over kwesties uit bijna alle takken van de filosofie en is sterk beïnvloed door grote filosofen zoals Plato, Descartes, Malebranche en Leibniz.

Islamitische invloeden
Ook de cultuur van de indringer, het Ottomaanse Rijk, liet zijn sporen na in de Albanese literatuur. Één van de resultaten van de invloed van de islam en in het bijzonder de ordes van het Soefisme, was de opkomst van op oosterse leest geschoeide poëzie in de 18e eeuw. Het was een literatuur geschreven in de Albanese taal maar in een variant van het Arabisch alfabet. De auteurs die tot deze stroming behoorden zoals Nezim Frakulla, Muhamet Kyçyku, Sulejman Naibi, Hasan Zyko Kamberi, Shahin Frashëri, Dalip Frashëri, Sheh Mala en anderen behandelden in hun werken motieven die ontleend waren aan de oosterse literatuur. Zij schreven religieuze teksten en poëzie in een taal die sterk beïnvloed was door het oriëntalisme en zij ontwikkelden religieuze lyriek en epiek. De poëzie van de Bejtexhinj werd sterk beïnvloed door Turkse, Perzische en Arabische literaire modellen die destijds in de mode waren, zowel in Istanboel als in het Midden-Oosten. Het onderwerp was vaak religieus, hetzij intiem en meditatief of openlijk didactisch, dienend om het geloof te verspreiden. Het speculatieve karakter van veel van deze poëzie ontleende zijn inspiratie aan de stromingen van de islam: van soennitische spiritualiteit tot de mystieke sferen van het sji'itische soefisme en later naar de meer liberale maar even mystieke reflecties van het Bektashi-pantheïsme. Seculiere poëzie komtook voor: liefdesliedjes, natuurpoëzie en historisch en filosofisch dichtwerk.
De eerste grote dichter onder de bejtexhinj was Nezim Frakulla (1680-1760) die zijn eerste poëzie schreef in het Turks, Perzisch en Arabisch. Tussen 1731 en 1735 schreef hij diverse poëzie in het Albanees, waaronder een Albanees-Turks woordenboek in versvorm. Zijn dichtwerk bevat gedichten variërend in thema van militaire campagnes tot odes over vrienden en beschermheren, gedichten over scheiding van en verlangen naar zijn vrienden en geliefden, beschrijving van de natuur in de lente, religieuze verzen en liefdesliedjes.
Een andere beroemde bejtexhinj is Hasan Zyko Kamberi, één van de meest prominente vertegenwoordigers van de islamitische traditie in de Albanese literatuur, vooral door zijn hoofdwerk, een 200 pagina's tellende mexhmua (dichtverzameling). De seculiere poëzie van Kamberi omvat een breed scala aan onderwerpen.

De 19e-eeuwse Romantiek

De 19e eeuw was de eeuw van nationale bewegingen in de Balkan, en voor de Albanezen betekende dat een geest van spontane rebellie. In deze historische-culturele situatie ontstond en ontwikkelde zich een georganiseerde ideologische, militaire en literaire beweging, genaamd Rilindja Kombëtare (De Nationale Renaissance). Dit was geïnspireerd door de ideeën van de Romantiek en Verlichting, ideeën die wortel hadden geschoten in de kringen van de Albanese intelligentsia, voornamelijk emigranten in de oude nederzettingen in Italië en de meer recente emigrantengemeenschappen in Istanboel, Boekarest, Sofia, Caïro en de Verenigde Staten.
De Nationale Renaissance was gericht op het koesteren van de Albanese taal en cultuur, het organiseren van nationaal onderwijs en de oprichting van een nationale literatuur en cultuur, alsmede de oprichting van een onafhankelijke staat. Dit waren de grote idealen van deze beweging die het leven schonk aan de Albanese Romantiek. Het was doordrenkt met de geest van nationale bevrijding, met emigrantennostalgie en de retoriek van heroïsche oorlogen uit een lang vervlogen verleden. Deze literaire stroming richtte zich het meest op de poëzie. Wat motief betreft was de ethische man, de strijdende Albanees, de terugkerende held in deze periode, en in mindere mate de tragische man. De Romantiek is ook nauw verbonden met de waardering voor nationale en lokale tradities en folklore.
Het nastreven van tradities en de publicatie van Rapsodi të një Poeme Arbëreshe (Rapsodie van een Arbëresh Gedicht) in 1866 door Jeronim De Rada, van Përmbledhje të Këngëve Popullore dhe Rapsodi të Poemave Shqiptare (Verzameling van Albanese Volksliederen en Rapsodies van Albanese Gedichten) in 1871 door Zef Jubani en Bleta shqiptare (De Albanese Bij) in 1878 door Thimi Mitko, enz., maakten deel uit van een culturele agenda om een compacte etnische en culturele identiteit van Albanezen vast te stellen.
De twee grootste vertegenwoordigers van de 19e-eeuwse Albanese Romantiek zijn Italiaans-Albanese Jeronim De Rada (1814-1903) en Naim Frashëri (1846-1900). Laatstgenoemde is geboren in Albanië, opgeleid aan de Zosimea van Ioannina en tenslotte geëmigreerd en overleden in Istanboel. Jeronim De Rada is de dichter van de Albanese Romantiek bij uitstek, met invloeden uit de Europese romantiek. Naim Frashëri is de Albanese romanticus en pantheïst die in zijn poëzie de invloed van de oosterse poëzie, met name het Perzisch, vermengt met de geest van de poëzie van de westerse Romantiek.
Jeronim De Rada schreef een cyclus van episch-lyrische gedichten in de stijl van de Albanese rapsodieën: Këngët e Milosaos (Het Lied van Milosao), 1836, Serafina Topia, 1839, Skënderbeu i Pafat (Het Noodlot van Skanderbeg) 1872-1874 enz. Daarbij had hij de ambitie om het nationale epos over Skanderbeg te schrijven. In de voetsporen van Johann Gottfried Herder had Jeronim De Rada een grote voorliefde voor volksliederen in zijn poëzie. Het volksleven kon hij met zijn woorden in bonte etnografische kleuren schilderen. Zijn werken weerspiegelen zowel het Albanese leven met zijn karakteristieke tradities en mentaliteit, als het nationale drama van de 15e eeuw, toen Albanië onder Ottomaanse heerschappij kwam. Het conflict tussen het geluk van het individu en de tragedie van de natie, de scènes langs de oever van de rivierr, vrouwen die tarwe verzamelen in de velden, de man die ten strijde trekt in de oorlog en de vrouw die zijn riem omgordelt, dat alles ademt de geest van de Romantiek.
Naim Frashëri schreef het pastorale gedicht Bagëti e Bujqësia (Herders en Boeren) in 1886, ook een verzameling filosofische, patriottische en liefdesliederen onder de titel Lulet e Verës (Zomerbloemen), in 1890, een episch gedicht over Skanderbeg Histori e Skënderbeut (De Geschiedenis van Skanderbeg) in 1898, een religieus episch gedicht Qerbelaja in 1898, twee gedichten in het Grieks O Eros (Over de Liefde) en O Alithis Pothos ton Skipetaron (Het Ware Verlangen van de Albanezen), enkele teksten in het Perzisch getiteld Tehajylat (De Droom) en veel andere werken in het Albanees. Hij wordt beschouwd als de grote nationale dichter van Albanië. Naim Frashëri heeft de moderne lyriek in de Albanese poëzie ingebracht. In zijn Bagëti e Bujqësia (Herders en Boeren) bezingt hij de arbeid van de herder en de boer. Het is een hymne over de schoonheden van zijn vaderland en geeft uitdrukking aan de nostalgie en nationale trots van de dichter-emigrant. Het verlangen naar zijn geboorteland, naar de bergen en velden van Albanië, naar de graven van zijn voorouders, naar zijn jeugdherinneringen, voeden zijn inspiratie met lyrische kracht.
De diepe innerlijke ervaringen van het individu dat bevrijd is van de ketens van de middeleeuwse en oosterse mentaliteit aan de ene kant en het filosofische en poëtische pantheïsme van de Europese Romantiek aan de andere kant, geven aan de lyrische meditaties van Frashëri een universele menselijke en filosofische dimensie. De mooiste gedichten van de Lulet e Verës-collectie (de Zomerbloemen) zijn de filosofische teksten over leven en dood, over de tijd die voorbijgaat en nooit meer terugkomt en die pijnlijke herinneringen achterlaat in het hart van de mens, pantheïstische meditaties over de Schepper die samensmelt met het Universum. Naim Frashëri is de grondlegger van de nationale literatuur van de Albanezen en van de nationale literaire taal. Hij maakte van het Albanees een moderne cultuurtaal die toch geënt is op de gewone volkstaal.
De wereld van de romantische held met zijn heftige gevoelens wordt door de poëzie van Zef Serembe in de Albanese Romantiek gebracht. De poëzie van Ndre Mjeda en Andon Zako Çajupi, die leefde aan het einde van deze periode, wordt gekenmerkt door de desintegratie van het artistieke systeem van de Romantiek in de Albanese literatuur.
Andon Zako Çajupi (1866-1930) is een rustiek dichter, het type van een bard, bijgenaamd de Mistreel van Albanië. Hij maakte Albanië vertrouwd met komedies en historische drama's. Met een studie aan een Franse universiteit in Alexandrië en een studie aan de universiteit van Genève was hij een goede kenner van de Franse literatuur en één van de eersten die door vertaling de fabels van La Fontaine in de Albanese taal introduceerde. Daarmee werd de weg werd geëffend voor de vertaling en bewerking van de wereldliteratuur in het Albanees, waardoor een vruchtbare uitwisseling ontstond met andere literaturen.


De moderne tijd
De belangrijkste literaire stroming van de Albanese literatuur eind 19e, begin 20e eeuw was het realisme, maar de literatuur uit deze tijd droeg ook nog de sporen van de Romantiek .
Gjergj Fishta (1871-1940) schreef in 17.000 verzen een gedicht van epische proporties, Lahuta e Malësisë (De Luit van het Hoogland). Dit werk, in de geest van de Albanese historische en legendarische epiek, beschrijft de strijd d van de Noordelijke hooglanders tegen Slavische aanvallen. Met dit werk is Fishta de grootste epische dichter van Albanië. Als Franciscaner priester, en welbespraakt lid van de Italiaanse Academie is Gjergj Fishta een veelzijdige persoonlijkheid binnen de Albanese cultuur: episch en lyrisch dichter, publicist en satiricus, dramaturg, vertaler en actief deelnemer aan het Albanese culturele en politieke leven tussen de twee wereldooroorlogen. Zijn belangrijkste werk, Lahuta e Malësisë, is een weerspiegeling van het Albanese leven en de mentaliteit, een poëtisch mozaïek van historische en legendarische heldendaden, tradities en gewoonten in de hooglanden, een levend fresco van de geschiedenis van een oud volk, dat vele eeuwen vol wreedheden getrotseerd heeft en er sterker uit is gekomen. The poetical collections Mrizi i Zanave (The Fairies' Mead) with patriotic verse and Vallja e Parrizit (Paris's Dance) with verses of a religious spirit, represent Fishta as a refined lyrical poet, while his other works Anzat e Parnasit (Parnassus' Anises) and Gomari i Babatasit (Babatas' Donkey) represent him as an unrepeatable satirical poet. In de dichtbundels Mrizi i Zanave (Elfenhoning) met patriottische strofen en Vallja e Parrizit (Parijse dans) met religieuze verzen toont Fishta zich een verfijnd lyrisch dichter. Zijn andere werken Anzat e Parnasit (Anijs van Parnassus) en Gomari i Babatasit (De Ezel van Babatas) zijn zijn bekendste satirische werken. Op het gebied van drama kunnen Juda Makabe en Ifigjenia n 'Aulli worden genoemd als zijn belangrijkste tragedies met bijbelse en mythologische thema's.
Een typische vertegenwoordiger van het realisme is Millosh Gjergj Nikolla, Migjeni (1913-1938). Zijn poëzie Vargjet e lira (Vrije Verzen) 1936 en proza zijn doordrenkt van een ernstig sociaal realisme over de ellende en tragische positie van het individu in de samenleving van die tijd. De personages in zijn werken zijn mensen uit de laagste positie van de Albanese samenleving. Thema;s bij Migjeni zijn het conflict van het individu met instellingen en de patriarchale en conservatieve moraliteit. De rebelsheid van Migjeni's verbrak het traditionalisme van Albanese poëzie en proza door nieuwe stijlen en vormen in poëzie en proza te brengen. Hij is een van de grootste moderne Albanese schrijvers.
Lasgush Poradeci (1899-1987) was een poëtisch talent van een andere aard, een briljante lyrische dichter die zachte en warme poëzieschreef, maar met een diep denken en een charmante muzikaliteit zoals Vallja e Yjeve (De Dans van de Sterren) uit1933 en Ylli i Zemrës (De Harten Ster) uit 1937.
Fan Stilian Noli (1882-1965) is één van de meest veelzijdige figuren in de Albanese literatuur, hij was dichter, historicus, toneelschrijver, estheet, musicoloog, publicist en vertaler. Hij schreef de toneelstukken Het Ontwaken en Israëlieten en Filistijnen. Hij publiceerde artikelen en vertaalde Sami Frashëri's werk Albanië - haar Verleden, Heden en Toekomst in het Grieks. Hij vertaalde wereldliteratuur en liturgische boeken in het Albanees, werken van grote schrijvers zoals Omar Khayyám, William Shakespeare, Henrik Ibsen, Miguel de Cervantes en anderen. Met zijn poëzie, non-fictie, wetenschappelijke en religieuze proza en met zijn vertalingen heeft Noli een belanrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het moderne Albanees. De inleidingen die hij schreef bij zijn eigen vertalingen van wereldliteratuur maakten hem de bekendste literaire criticus van Albanië in het interbellum. Fan Noli leidde ook de democratische revolutie die het regime van koning Zog verdreef halverwege de jaren '20, hoewel zijn vreedzame bestuur van korte duur was.
Het ontbrak de Albanese literatuur tussen de twee oorlogen niet aan uitingen van sentimentalisme (Foqion Postoli, Mihal Grameno) en aan laat-classicisme, vooral in drama (Et'hem Haxhiademi). Manifestaties van moderne stromingen, impressionisme, symboliek, enz. waren geïsoleerde verschijnselen in de werken van sommige schrijvers (Migjeni, Poradeci en Asdreni), die er niet in slaagden een school te vormen. Diepe veranderingen voltrokken zich in verschillende genres; proza (Migjeni, F.S. Noli, Faik Konica, Ernest Koliqi, Mitrush Kuteli) drama en satire (Gjergj Fishta, Kristo Floqi) ontwikkelden zich parallel aan poëzie. Ernest Koliqi schreef subtiel, veelkleurig proza, uit zijn stad Shkodër, zoals Tregtar Flamujsh (Vlaggenhandelaar) uit 1935. Mitrush Kuteli kan toveren met de Albanese taal, hij is de schrijver die de stijl van de volksvertelling cultiveerde tot een charmant proza, bijvoorbeeld in Netto Shqiptare (Albanese nachten) uit 1938 en Ago Jakupi (De God van Jacob) uit 1943.
Faik Konica is een meester van de taal die het Albanese proza een modern imago gaf. Hij werd geboren in Konitsa, een klein stadje in Epirus, dat na de Conferentie van Londen van 1913 die de Albanese staat begrensde tot de huidige grenzen, bij Griekenland bleef. Coming from a renowned family, inheriting the title of Bey and the conscience of belonging to an elite, which he manifested strongly in his life and work, he discarded Oriental mentality, inherited from the Ottoman occupation, with a joking smile that he translated into a cutting sarcasm in his work. Als afstammeling van een beroemde familie, die de titel van Bey erfde en zich bewust zijnd van zijn positie in een elite, hetgeen zich sterk manifesteerde in zijn leven en werk, verwierp hij de oosterse mentaliteit, een erfenis van de Ottomaanse bezetting, met humor en sarcasme. Hij studeerde een jaar aan het Jezuïetencollege van Shkodër, vervolgens aan het Imperiale Lyceum te Istanboel, hij studeerde literatuur en filosofie aan de universiteit van Dijon in Frankrijk, en voltooide zijn hogere studies aan de universiteit van Harvard, waar hij in 1912 een masterdiploma behaalde. Erudite, knowledgeable in all major European languages and some Eastern ones, a friend of Guillaume Apollinaire, called by foreigners “a walking encyclopaedia”, Konica became the model of Western intellectual for the Albanian culture. Welbespraakt en met een goede beheersing van alle grote Europese talen en enkele oosterse werd hij door buitenlanders "een lopende encyclopedie" genoemd. Konica werd het archetype van de westerse intellectueel voor de Albanese cultuur. Since his youth he was dedicated to the national movement, but contrary to the mythical, idealising and romanticising feeling of the Renaissance, he brought in it the spirit of criticism and experienced the perennial pain of the idealist who suffers for his own thoughts. Sinds zijn jeugd was hij toegewijd aan de nationale beweging, maar in tegenstelling tot het mythische, idealiserende en romantiserende gevoel van de 19e eeuw bracht hij de geest van kritiek in en hij ervoer de eeuwige pijn van de idealist die lijdt aan zijn eigen gedachten. Hij richtte het tijdschrift Albania op (Brussel 1897-1900, Londen 1902-1909), dat het belangrijkste Albanese persorgaan van de nationale wedergeboorte werd. Als publicist, essayist, dichter, prozaschrijver, vertaler en literair criticus is hij onder anderen de auteur van de studies L'Albanie et les Turcs (Albanië en de Turken), uitgegeven in Parijs in 1895, Memoire sur le Mouvement National Albanais (Memoires over de Nationale Beweging van Albanië), uitgegeven in Brussel in 1899), van romans Një ambasadë e Zulluve në Parijs (De Ambassade van de Zoeloes in Parijs) uit 1922 en Doktor Gjilpëra (Dokter Naald) uit 1924, evenals van het historisch-culturele werk Albanië - de Rotstuin van Zuidoost-Europa, postuum gepubliceerd in Massachusetts in 1957.
De Albanese literatuur in Italië in het interbellum zette de traditie voort van de19e-eeuwse Romantiek. Zef Skiro (1865-1927) wilde met zijn werken Kthimi (Terugkeer) uit1913 en Te Dheu i Huaj (Op Vreemde Bodem), uit 1940 de historische herinnering hervinden van Albanezen die sinds de 15e eeuw, na de dood van Skanderbeg, zijn geëmigreerd.
Een andere beroemde schrijver van de latere Albanese Romantiek die in Albanië en in het buitenland werd gepubliceerd, was Lazar Eftimiadhi. Hij studeerde af aan de Sorbone en schreef verschillende artikelen om de Albanese lezer kennis te laten maken met belangrijke westerse literatuur. Hij vertaalde ook werken van schrijvers als Hans Christian Andersen en werkte samen met At Gjergj Fishta en anderen aan vele belangrijke vertalingen. Zijn verzameling korte verhalen met de titel Merushja is een parel van de Albanese romantiek.

Na de Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog onderging de Albanese literatuur een enorme ontwikkeling. Het belangrijkste kenmerk van literatuur en kunst uit deze periode was hun ideologisch georiënteerde ontwikkeling en de ontwikkeling van alle genres, vooral van de roman, die ondanks het ontbreken van een grote romantraditie het literaire proces ging leiden.
De meest wijdverbreide soort roman was geënt op het socialistische realisme, werken met een ethisch, ideologisch en historisch karakter (Jakov Xoxa, Sterjo Spasse, Fatmir Gjata), maar ook romans met een ruige compositie, open poëzie en een filosofische ondertoon die voortkomt uit de associatie van ideeën en historische analogieën (Ismail Kadare, Petro Marko) evenals de satirische roman ontbreken niet (Dritëro Agolli, Qamil Buxheli). Een veelgeprezen en belangrijke satirische roman is De Opkomst en Ondergang van Kameraad Zylo door Dritëro Agolli.
Het korte verhaal en de roman zijn ontwikkeld door Dhimitër Shuteriqi, Naum Prifti, Zija Çela, Teodor Laço, Dhimitër Xhuvani, Nasi Lera, Petraq Zoto, en anderen; poëzie door Ismail Kadare, Dritëro Agolli, Fatos Arapi, Xhevahir Spahiu, Mimoza Ahmeti en anderen. Drama (door Kol Jakova, Toka jonë (Ons land), 1955) en komedie (door Spiro Çomora, Karnavalet e Korçës (Het Carnaval van Korça), 1961) ontwikkelde zich in mindere mate.
De literatuur van deze periode ontwikkelde zich in het kader van het socialistisch realisme, de enige stroming die onder het communisme toegestaan was. Maar buiten dit kader werden werken geschreven door krachtige talenten met een impliciet gevoel van oppositie en met universele betekenis.

Hedendaagse literatuur
De bekendste hedendaagse schrijver is Ismail Kadare, geboren in 1936, wiens romans zijn vertaald in 45 talen. Met zijn romans De Generaal van het Dodenleger (1963), De Belegering (1970), Kroniek in Steen (1971), De Brug met Drie Bogen (1978), Het Dossier over H. (1981), Het Paleis van Dromen (1981) ), De Piramide (1992), De Opvolger (2002), bracht Kadare de Albanese literatuur onder de aandacht van de moderne Europese literatuur. Veel van zijn werk is naar het Nederlands vertaald door Roel Schuyt die daarvoor de Vertaalprijs van het Letterenfonds ontving. Roel Schuyt was oorspronkelijk werkzaam als slavist en vertaler Russisch, Servisch en Kroatisch. Nadat hij werk van Kadare in Engelse vertaling had gelezen besloot hij Albanees te gaan leren om zo diens werk direct in het Nederlands te kunnen vertalen.
Het centrale thema van Kadare's werken is het totalitarisme en zijn mechanismen. . Zijn werk vertegenwoordigt een artistieke encyclopedie van het Albanese leven. De filosofie, overtuigingen, drama's en historische en culturele tradities van Albanië, gefilterd door de artistieke bril van de schrijver, drukken in Kadare's werk de vitaliteit uit van de spirituele cultuur van het Albanese volk. Kadare creëert een modern proza dat veelvuldig gebruik maakt van historische analogieën, gelijkenissen en associaties, Albanese legendes en mythologie. Vertrekkend van de epische wereld van middeleeuwse legendes en ballades, brengt het proza van Kadare oude volkstradities naar het heden door hun relevantie voor de moderne wereld te tonen. Ook zijn vrouw Helena Gushi-Kadare is een bekend schrijfster, o.a. van de roman Een Vrouw uit Tirana.
Ridvan Dibra is een leidende figuur van de hedendaagse Albanese literatuur en auteur van verschillende innovatieve werken. Hij is bekroond met verschillende nationale en internationale prijzen, waaronder de Rexhai Surroi-prijs voor de beste Albanese roman van het jaar 2012, voor zijn roman, Legjenda e Vetmisë (De Legende van de Eenzaamheid).
Luljeta Lleshanaku is tegenwoordig één van de belangrijkste en meest geprezen Albanese dichteressen. Ze is de auteur van zeven bundels poëzie, waarvan er een aantal in verschillende talen zijn vertaald.
Fatos Kongoli, geboren in 1944 in Elbasan, wordt beschouwd als één van de meest krachtige en overtuigende vertegenwoordigers van de hedendaagse Albanese literatuur. Tijdens de stalinistische dictatuur in Albanië heeft hij geen belangrijke werken geschreven of gepubliceerd. Hij trad op de voorgrond nadat het regime viel, met zijn roman De Verliezer uit 1992. Zijn romans behandelen de jaren van het Hoxha-regime en de nasleep ervan, terwijl de Albanese samenleving overgaat in een democratie zonder de demonen uit het verleden te kunnen afschudden.
Andere belangrijke schrijvers zijn onder meer Ben Blushi, wiens debuutroman Leven op een Eiland (2008), de islamisering van Albanië als onderwerp heeft. Leven op een Eiland werd het bestverkopende boek na de val van het communisme. Zijn tweede roman, Otello, de Moor van Vlora uit 2009, kreeg de EU-prijs voor literatuur. Zijn latere romans werden nationale bestsellers.

 

 

 








Citaat van de dag

"Er bestaan geen feiten alleen interpretaties.
Nuk ekzistojnë fakte, por vetëm interpretime. "
- Friedrich Nietzsche -
(1844-1900)

Advertenties

Ook adverteren op deze pagina?

E-mail